Geschiedenis van de Gestichten in Doesburg

Eeuwenlang hebben de Gestichten zich, ten behoeve van de  Doesburgse bevolking, ingezet  voor de taak waarvoor ze gesteld waren, namelijk de behoeftige, verarmde mens te ondersteunen. Een van overheidswege geregelde armenzorg bestond nog niet. Het aandeel van de Gestichten in die armenzorg was aanzienlijk.  Zeker als men beseft hoe uiterst beperkt de diaconieën van de Hervormde en de Lutherse gemeenten, de armbesturen van de R.K. parochie en van de Joodse gemeente, alsmede de Sint Vincentiusvereniging, in hun middelen waren.

Niet alleen door de bedeling, maar ook door het ter beschikking stellen van woonruimte in het Weduwenhuis en de Theuvenshuisjes, voorzagen de Gestichten in een grote behoefte. Immers, behalve de genoemde woonruimte restte de behoeftigen nog slechts “de Tien Geboden”, een somber, onaantrekkelijk en ongezond complex armenhuisjes op de hoek van Zandberg- en Helmigstraat, waarover de Hervormde diaconie het bestuur voerde.

Gasthuis en Weduwenhuis waren eeuwenlang de enige instellingen waar de bejaarde burger op verzorging kon rekenen. Pas in het begin van deze eeuw kreeg het R.K. Elisabethsgesticht, dat tot dan alleen als ziekenhuis had gefungeerd, een bejaardenafdeling. 

Toen na het eind van de Tweede Wereldoorlog de Verzorgingsstaat met zijn welhaast perfecte sociale voorzieningen werd gerealiseerd, schenen de dagen van het Gasthuis, het Weduwenhuis, de Valeweerd, het Weeshuis en de Broekhuizer fundatie geteld.

De Gestichten, die inmiddels een eerbiedwaardige ouderdom hadden bereikt, bleken echter over een opmerkelijke vitaliteit te beschikken. Zonder noemenswaardige problemen transformeerden ze zich tot een  eigentijdse instelling,  die zich zouden gaan inzetten voor het algemeen maatschappelijk welzijn van de gehele Doesburgse bevolking.

De totstandkoming van een overdekt  zwembad, een eigentijds jongerencentrum, de renovatie van de Gasthuiskerk  en de steun aan Museum de Roode Tooren zijn slechts enkele resultaten van het nieuwe elan waarmee de Gestichten te werk gingen.

Het oog alleen op de toekomst te richten zonder kennis van het verleden te dragen, zonder zich er rekenschap van te geven waarom de zaken zo liggen en niet anders, kortom zonder “historisch besef”, zou echter niet verstandig zijn.